Theo J. van der Wal

1910 - 1984

 

Over de auteur

 

 

terug naar startpagina

 

Schrijversalmanak voor het jaar 1955:

Geboren op 14 september 1910 te Maastricht, van Friese afkomst. Lagere school in Woerden en Amsterdam. H.B.S.  te Amsterdam, enkele jaren Gemeente Universiteit Amsterdam (S.U., L. W., vak Psychologie, gekozen bijvak Prae-historie bij Prof. Van Giffen). Beoefende vele beroepen, te vinden in de novelle 'Hun oog is vlak' (o.a.in de bundel 'De Tijger en andere verhalen'). Is behalve letterkundige, ook grapholoog en werkt als zodanig voor de industrie. Zijn diepste verlangen gaat uit naar het schrijven van verhalen en naar een vlekkeloos blauwe hemel met temperaturen van 26 tot 30 graden Celsius. Bij somber en/of koud weer is hij een verbitterd mens die steeds grübelt over het waarom der dingen. Hij schrijft alleen op warme, zonnige dagen, vandaar dat hij niet zoveel schrijft en vandaar dat zijn verhalen vaak zo kort zijn ! Eerste publicatie in 1933. In het totaal schreef hij zes romans, zes bundels (-tjes) novellen, drie werken over graphologie en één essay over poëzie. Voorts een kinderboekje, en onder pseudoniem enkele crime-stories. Dan nog een ongeveer evengrote hoeveelheid vertalingen.

Na de oorlog verschenen: Yagé (2e druk), Zonder Theater, Dag der Glorie, alle romans, De Tijger en andere verhalen, en Over de Poëzie en de gedichten der Jongeren, essay.

De vaderlandse kritiek noemt zijn werk warm indringend, nuchter, abstract, concreet, met schimmen van mensen, met echt levende mensen, zonder sfeer, met zeldzaam goed getroffen sfeer, gewild, natuurlijk, met experiment, zonder experimenteel te zijn, intelligent, schijnbaar diepzinnig, vervelend, boeiend etc. etc., maar de uitgever neemt alleen de plus-varianten in zijn reclame op. De auteur doet er het zwijgen toe en gaat rusteloos door met wachten op mooi weer.

[Deze tekst is zonder twijfel van de hand van de auteur zelf]

 

W.L.M.E van Leeuwen, Nieuwe romanciers uit Nederland en Vlaanderen

Phoenix-pocket no 56 (W. De Haan - Standaardboekhandel, Zeist, Antwerpen. Het hoofdstuk 'Wat betekent Modern?' is gewijd aan Theo J. van der Wal. Blz. 35-40.

 

De Gids, Meulenhoff, Amsterdam. Het artikel van Piet Calis 'De korte, onstuimige bloei van Leo Frijda' vermeldt op blz 896 Theo J. van der Wal.

 

Piet Calis, Het ondergronds verwachten - Schrijvers en tijdschriften tussen 1941 en 1945

In zijn proefschrift dat in 1989 bij Meulenhoff te Amsterdam uitkwam zijn de volgende bladzijden aan Theo J. van der Wal gewijd:

blz. 35, 121, 124, 154-158, 167, 168, 244, 244, 244, 265, 475, 522 en onder zijn pseudoniem 'r = 0,530 n²Ä': blz 124, 150, 156, 484.

 

De Nederlandse en Vlaamse Auteurs - Van middeleeuwen tot heden, De Haan, Weesp [1985]

In deze literaire encyclopedie is de auteur als volgt beschreven:

'Inmiddels had hij een omvangrijk oeuvre op zijn naam gebracht bestaande uit romans, novellen en korte verhalen, waarin hij blijk gaf van een groot technisch vermogen. Zijn werk wisselt sterk wat aanpak en thematiek betreft. Naast goed vertelde en inhoudelijk luchtige short stories, schreef hij probleemromans en soms naturalistisch aandoende novellen.

In 1945 verscheen zijn uitvoerige essay Over de poëzie en over de gedichten der jongeren. Behalve oorspronkelijk proza verzorgde hij tal van vertalingen, onder meer van Kästner, Stifter, Tjechow en Tolstoj.' [G.J. Van Bork]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

17 juni 2003